De kat of huiskat (Felis silvestris catus) is een van de oudste huisdieren van de mens. De gedomesticeerde kat behoort tot de familie van de katachtigen (Felidae). Ook het woord poes is gangbaar, soms meer specifiek in het geval van een vrouwelijke kat. Een mannelijke kat heet een kater, en een jong katje een kitten.

Etymologie

De wetenschappelijke naam van de kat werd in 1758 als Felis catus gepubliceerd door Carl Linnaeus in de tiende druk van Systema naturae.[1] De naam van de wilde kat, waarvan de gedomesticeerde kat afstamt, werd in 1777 door Johann Christian von Schreber gepubliceerd als Felis silvestris. Van veruit de meeste dieren die gedomesticeerd zijn, is de wetenschappelijke naam afgeleid van de naam van de in het wild levende voorouders. In 2003 stelde de International Commission on Zoological Nomenclature in Opinion 2027 vast dat dit principe voor alle gedomesticeerde soorten gevolgd moet worden, en dat de naam van de wilde soort prioriteit heeft over die van de gedomesticeerde vorm, ook als die laatste eerder is gepubliceerd. Als de gedomesticeerde kat wordt beschouwd als een ondersoort van de wilde kat, dan is de correcte naam voor de soort Felis silvestris, en het trinomen voor de ondersoort Felis silvestris catus.

Geschiedenis

Verspreiding van katten over de wereld

De oudste vondst van een gedomesticeerde kat is in een neolithisch graf in de buurt van Shillourokambos in Cyprus van circa 9500 jaar geleden. De katten die op dit eiland voorkwamen, waren per boot meegenomen vanuit Klein-Azië door immigranten die al katten als huisdier hadden. Op een gevonden kleitablet met een verhuisinventarisatie stond bij de levende have ook een kat vermeld. De kat werd zo'n 9000 jaar geleden gedomesticeerd van de Afrikaanse wilde kat, aangetrokken door synantrope dieren als muizen die op graan afkwamen.[2] Domesticatie vond vanaf zo'n 9000 jaar geleden zowel in het oude Nabije Oosten als in het oude Egypte plaats.[3] Vanuit Klein-Azië werd de kat al heel vroeg meegenomen door reizigers en emigranten naar Europa en dieper Azië in.

Anatomie

Schedel van een kat.

Kattenklauw

Kattenoog

Een odd-eyed kat met twee verschillende kleuren ogen

Skelet

Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Net als alle andere carnivoren (vleeseters) zijn katten toegerust om op prooien te jagen en ze te verslinden. Katten hebben een vrij ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. Katten hebben in het totaal 30 tanden. In de bovenkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 2 kiezen. In de onderkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 voorkiezen en 2 kiezen. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken, de kat verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen.

Tenen

Katten hebben vijf tenen aan beide voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De eerste teen bevindt zich wat hoger op de voorpoot dan de andere vier tenen. Deze eerste teen raakt tijdens het lopen de grond niet, maar wordt wel gebruikt bij de verzorging en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe, gebogen klauwen. De nagels kunnen worden ingetrokken. Dit mechanisme is een onderscheidend kenmerk van de kattenfamilie Felidae. Door de nagels te scherpen aan een boom (in huis een krabplank of krabpaal) houdt een kat zijn nagels scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor de nagel op lengte blijft met een scherpe punt.

Staart

De kat gebruikt zijn staart als communicatieorgaan tussen soortgenoten en bij het bewaren van het evenwicht. Door de flexibele ruggengraat kan de kat zich bij een val omkeren en op de poten terechtkomen. Dit kan enkel bij een vrij hoge val zodat het dier de ruimte en tijd heeft om dit te doen. Er zijn ook katten met korte of ontbrekende staart. Op het eiland Man komt een ras voor met zeer korte of compleet missende staart, de manx. In het Verre Oosten komen er katten voor met staartstompjes of gebogen korte staarten. In Japan is daar een ras uit gefokt, de Japanse stompstaartkat.

Pootje met voetkussentjes van een kitten.

Primordiaal etui

Katten hebben vaak een primordiaal etui of primordiaal zakje. Dit is een zichtbare huidplooi ter hoogte van de buik, voor de achterpoten. De plooi heeft verschillende functies. Ze maakt de bewegelijkheid van de kat mogelijk; door de plooi kan de kat veel eten zonder dat de huid gespannen wordt; het is een extra bescherming bij gevechten waarbij met de achterpoten wordt getrapt.[4]

Zintuigen

De pupillen van een kat vergroten zich sterk bij weinig licht. Het reflecterende weefsel is goed zichtbaar. De meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in het donker zien, doordat zij meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben. Hierdoor kunnen ze goed waarnemen in de schemer, maar bij volkomen duisternis zien ze niets. Hun vermogen kleuren te onderscheiden is daarentegen zwak, maar katten zijn niet kleurenblind.[5] Volgens een onderzoek uit 2014 kunnen katten, naast een aantal andere zoogdieren, mogelijk ultraviolet licht waarnemen.[6] Op de achterwand van het oog bevindt zich reflecterend weefsel (het tapetum lucidum), waardoor de ogen van een kat fonkelen in het donker. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285°, versus een mens 210°.[5] De pupillen hebben een verticale spleet als vorm. Elk oog wordt beschermd door een derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd.

Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 64 kHz waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20 kHz. De oren kunnen 180° draaien. Hierdoor kunnen geluiden goed gelokaliseerd worden.

De snorharen hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen daarom op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coup de grâce" (het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren. Katten hebben ook snorharen achter op hun voorpoten.[7]

De haren in de vacht zijn afzonderlijk verbonden met een mechanoreceptor. Hierdoor kan informatie over de omgeving naar de hersenen worden gestuurd. De meeste katten vinden het daardoor ook prettig om aangehaald en geaaid te worden.[5]

Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, vier keer zo veel als bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid.[5] Katten zijn van nature geen aaseters. Het reukvermogen van katten is niet zo goed ontwikkeld als dat van honden.

Een kat heeft ongeveer 500 smaakpapillen, terwijl een mens er ruim 9000 heeft.[5] Katten laten zich dan ook voornamelijk leiden door geuren. Katten kunnen zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden, maar hebben geen voorkeur voor zoet.[8]

Gedrag

Ragdoll spelend met een muizenprooi

Kat op jaagpad

Jagen

Katten zijn erg beweeglijk: ze kunnen snel korte afstanden afleggen en het zijn goede klimmers. In tegenstelling tot honden, hebben katten een beperkt uithoudingsvermogen. Katten houden meestal niet van water, maar kunnen wel goed zwemmen. Ze jagen op hun prooi door ze geruisloos te besluipen. Als de kat dicht genoeg genaderd is, bespringt hij de prooi en vangt hij het dier met zijn scherpe tanden en klauwen. De neiging om langdurig met de gewonde prooi te spelen wordt bij alle katachtigen waargenomen, ook bij de gedomesticeerde kat. Het is een middel om de prooi onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen als deze zich door bijten verdedigt.

Rusten
Katten sparen hun energie tijdens de dag: het zijn schemeractieve dieren.

Hygiëne

Kat die zichzelf wast

Haarbal
Net als leeuwen en tijgers likken katten zichzelf schoon met hun tong; vaak doen ze dit voor het slapen gaan, of na het wakker worden. De instinctieve verzorging van de vacht met tanden, speeksel met enzymen en vet uit een klier boven de staart vergt ongeveer twee uur per dag. Hierdoor slikt de kat veel losse haren in. Deze verlaten gewoonlijk via het darmkanaal het lichaam. Als de kat echter te veel haren in korte tijd binnenkrijgt, kan er een haarbal ontstaan die wordt uitgebraakt.[5] Langharige katten hebben overigens meer last van haarballen dan kortharige. Als een kat vergeefse pogingen doet om een haarbal uit te braken, kan er sprake zijn van verstopping. Dit kan levensbedreigend zijn.

Sociaal gedrag
De gedomesticeerde kat is een sociaal flexibele soort.[9] In een omgeving met verspreide voedselbronnen en lage populatiedichtheid leven katten solitair of in kleine groepjes van nauw verwante vrouwtjes. De grotere, niet-overlappende territoria van katers beslaan twee of meer van de kleinere territoria van de vrouwtjes.[10][11][12][13][14][15][16] In een stedelijke omgeving of bij boerderijen zijn de voedselbronnen meer gecentraliseerd, wat leidt tot het vormen van groepen met een hoge dichtheid bestaande uit meerdere mannetjes en meerdere vrouwtjes met kleinere, overlappende home-ranges en een promiscue paarsysteem.[9][15][16][17][18][19][20][21] Afhankelijk van de beschikbaarheid van voedselbronnen, zijn katten dus solitaire of sociale dieren. Indien ze de mogelijkheid hebben, zullen vrouwtjes familiegroepen vormen. Hun vrouwelijk nageslacht blijft bij hen en krijgen op hun beurt kittens, zodat een matriarchale groep ontstaat. Het mannelijke dier verlaat de groep wanneer ze geslachtsrijp worden.

Geluiden
Katten maken een laag zoemgeluid dat spinnen wordt genoemd. Het is een manier om allerlei gevoelens uit te drukken, van angst en pijn tot tevredenheid.[5] In de omgang met mensen is het meestal een teken dat ze tevreden zijn, soms dat ze hulp nodig hebben. Dit geluid wordt voortgebracht door trillingen van de stembanden.[8] Spinnen is een communicatiemiddel tussen kittens en moeders. Kittens kunnen spinnen als ze een week oud zijn.

Daarnaast kan een kat miauwen (of mauwen), grommen, sissen, blazen, schreeuwen, piepen. Klappertanden, kermen en trillen (waarbij de kat soms een 'mekkerend' geluid laat horen) doet een kat tijdens het flemen.

Communiceren met katten

Winston Churchill en Blackie op HMS Prince of Wales; Blackie was de mascotte van het oorlogsschip (1941) Er zijn verschillende communicatieve signalen van katten die zij ook begrijpen wanneer ze door mensen gegeven worden. Communiceren met een kat zal de band met de kat wederzijds versterken. Enkele voorbeelden:[22]

Blazen: het sissende blaasgeluid geeft aan dat een kat angstig is en niet benaderd wil worden. Zelf als 'straf' blazen naar een kat heeft dus geen zin, je geeft dan het signaal dat je zelf bang bent en met rust gelaten wil worden. Beide ogen (langzaam) samenknijpen: staren is in kattentaal een bedreiging. Het samenknijpen van de ogen betekent dat een kat niets kwaads in de zin heeft en dient dus om agressie te voorkomen. Spinnen en tegelijk nagels uitsteken: de kat bedoelt daarmee dat hij zich veilig voelt bij de mens. Kopjes geven: in de wangen van de kat zitten geurklieren. Door kopjes te geven tegen voorwerpen, markeert de kat dat voorwerp. De geur geeft het signaal dat alles 'veilig' is en geeft een gevoel van 'thuis'. Vastnemen bij het nekvel: in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, neemt een moederpoes haar kittens nooit in het nekvel. Ze neemt ze wel vast in de nekspier. Ze doet dit tot ongeveer 3 weken ouderdom, wanneer ze de kittens naar een nieuw nest brengt of terug naar het nest wil brengen. In het nekvel nemen om te straffen doen katten nooit. Enkel bij de paring zal de kater de poes in het nekvel bijten om haar te fixeren. Opvoeding Vaak wordt gedacht dat katten zichzelf opvoeden en hen niets te leren valt, maar het tegenovergestelde is waar. Voor het afleren van onjuist gedrag bij katten is het van belang dat er wordt gericht op het aanleren van juist gedrag. Straffen geeft een averechts effect en zal de kat angstig en gestrest maken, waardoor het nog minder gewenst gedrag zal vertonen. Dit komt omdat het in tegenstelling tot de hond geen bescherming zal zoeken in een groep als overlevingsmechanisme. Het trainen van katten kan op basis van het belonen van goed gedrag en het negeren van fout gedrag. Het is van belang dit te doen direct nadat het gedrag heeft plaatsgevonden, zodat de kat het gedrag en de beloning kan koppelen aan elkaar.[23]

Voortplanting Duur: 1 minuut en 58 seconden.1:58 Paring
Paring
Vrouwelijke katten of poezen zijn gemiddeld twee tot drie keer per jaar krols, maar dit is heel variabel: sommige poezen worden het hele jaar door om de twee weken krols, andere worden maar één keer per jaar krols. Dit komt het meest voor tussen januari en april, maar ook tussen juni en september. Doordat de hormonale cyclus afhankelijk is van het aantal uren daglicht, is een poes tussen oktober en december zelden krols. Katten die vaak binnen zijn in goed verlichte huizen, zullen toch het hele jaar door krols worden.[24] Een cyclus duurt ongeveer twee weken. Hierin is de poes echter maar twee tot vier dagen vruchtbaar. Zij zal in deze periode duidelijk kenbaar maken dat zij krols is door te roepen naar potentiële paringskandidaten. In deze periode kan een poes ook urine gaan sproeien. De kater kan deze roep beantwoorden, waarna ze van elkaar weten dat er van beide kanten goedkeuring is.

Bij de paring bijt de kater de poes in de nek en ejaculeert snel nadat zijn penis in de vagina zit. Het uiteinde van de penis is bedekt met weerhaakjes die de ovulatie stimuleren. Een poes en kater kunnen meermalen per dag paren. Een poes kan ook door meer dan één kater worden bevrucht. Een nest kittens kan ook van verschillende vaders zijn.[5]

Draagtijd Een poes is gemiddeld negen weken (65 dagen) drachtig. Na drie weken worden haar tepels rozerood, waarna het nog eens zes weken duurt voordat het dier werpt. De gewichtstoename bedraagt gemiddeld een kilo.

Baren
De weeën beginnen ongeveer zes uur of meer voor het werpen. De poes begint sneller adem te halen en gaat spinnen. De weeën nemen toe van ieder half uur tot elke vijftien seconden. Daarna komt de eerste kitten tevoorschijn. De poes zal daarna de navelstreng doorbijten en de kitten gaan likken om zodoende de ademhaling op gang te brengen. Het is van belang dat de kitten drinkt van de colostrum, de eerste melk.

Kittens
Een jong katje heet een kitten. Ongeveer 66% van de kittens komt ter wereld met de kop eerst. Bij de geboorte is een kitten doof en blind. Als een moederpoes de uitgekozen veilige nestplaats niet veilig genoeg vindt, kan ze de jongen zo nu en dan naar een andere plek brengen. Dit doet zij instinctief. Hierbij worden de jongen aan de nekspier gedragen. Een ook bij volwassen katten aanwezige reflex zorgt ervoor dat de dieren dan compleet ontspannen zijn. Ontwikkeling
Gemiddeld gaan na 2-16 dagen de ogen van een kitten open (meestal rond dag 7-10)[25] en na 17 dagen werkt het gehoor. Na vier weken eindigt de zoogfase en gaat een kitten over op gedeeltelijk vast voedsel, oftewel de speenfase. De speenfase loopt tot week 7, waarna het kitten in principe zelfstandig kan eten.[25] Toch blijven veel kittens zogen bij de moeder tot ze minstens een maand of 6 zijn, indien ze de kans krijgen.[26][27] Na 5-6 weken is het moment waarop de moederpoes de kittens leert om zindelijk te worden en kan worden geleerd gebruik te maken van de kattenbak.