Wat een geweldige pagina! Welkom! Wat leuk dat je er bent
Klik hier voor website 2 Vissen zijn in water levende, gewervelde dieren die zich voortbewegen met behulp van vinnen en ademhalen door middel van onder meer kieuwen. De meeste vissen hebben een gestrekt, spoelvormig lichaam met vinvormige ledematen en een afgeplatte staart. Vissen kennen een rijke evolutionaire geschiedenis die teruggaat tot het Cambrium, en de diversiteit aan lichaamsvormen en levenswijzen is enorm. Bijna alle soorten behoren tot de klasse der straalvinnigen (Actinopterygii). Vissen komen algemeen voor in zowel zout als zoet water. Ze zijn te vinden in bijna alle aquatische omgevingen, van hoge bergbeken tot de diepste onderzeese troggen. Vissen planten zich voort door te paaien, en sommige soorten leggen hier grote afstanden voor af. Veel soorten kunnen met elkaar communiceren door middel van akoestische of visuele signalen. Wereldwijd zijn ruim 34.000 soorten vissen beschreven, waarmee het de meest soortenrijke groep is binnen de gewervelden. De grootste biodiversiteit treft men aan in tropische kustwateren.[1][2] Vis is voor de mens een belangrijke bron van voedsel, en wordt daarom op grote schaal commercieel gevangen (visserij). Jacht op vissen gebeurt ook op recreatieve basis, sportvisserij. Vissen worden daarnaast als huisdier gehouden en tentoongesteld in openbare aquaria. De vis speelt een belangrijke rol in verschillende culturen, religieuze symbolen, kunst en literatuur. Traditioneel werden vissen (Pisces) als een aparte diergroep geclassificeerd. Volgens de moderne cladistiek vormen de vissen samen met de viervoeters – waaronder ook de amfibieën, reptielen en zoogdieren vallen – een monofyletische groep, de Osteichthyes. Met andere woorden, alle op land levende gewervelde dieren zijn ontstaan uit visachtige voorouders. Moderne groepen vissen die nauw verwant zijn aan landdieren zijn bijvoorbeeld de longvissen en coelacanten. Tiktaalik wordt gezien als een belangrijke fossiele overgangsvorm. Indeling Vissen zijn op vele manieren in te delen: taxonomie, grootte, giftigheid, hoe ze eruitzien, waar ze van afstammen, hoe ze zich voeden, de manier van voortplanten, levensduur, voortbewegen, zicht, in welk milieu ze leven en naar gebruik door de mens. Milieu Ingedeeld naar milieu wordt een onderscheid gemaakt tussen: zoetwatervissen: komen voor in plassen, beken, rivieren en andere stromen; brakwatervissen: komen voor in mangroves en overgangsgebieden tussen zee en rivieren; zoutwatervissen: komen voor in zeeën en saline milieus. Daarnaast zijn er anadrome vissen (bijvoorbeeld zalm), die opgroeien in zout water en zich voortplanten in zoet water. Katadrome vissen zijn vissen die zich in zee voortplanten en opgroeien in zoet water, zoals de paling.